Gemeentelijke gasfabriek Enschede

 

In een gasfabriek wordt door middel van droge destillatie (verhitting zonder toetreden van zuurstof) van steenkool lichtgas of cokesovengas en cokes verkregen. Lichtgasfabrieken hebben gasbereiding als hoofddoel en cokes zijn een bijproduct. Bij een cokesfabriek is dit andersom, de cokes wordt dan voornamelijk geproduceerd voor de ijzerwinning.

De eerste Nederlandse gasfabriek wordt in 1826 in Rotterdam gebouwd. Enschede volgt.

In het land schakelen meerdere steden over op gaslicht en het gemeentebestuur van Enschede wil in 1858 niet achter blijven. Het sluit daarom een contract met de firma Messritz en Enthoven voor de bouw van een gasfabriek aan de Zuiderhagen (nu Holland Casino). Om kosten te besparen besluit de gemeente in 1881 de gasfabriek voor 70.000 gulden over te nemen. De aanwezige gashouders worden geleidelijk vervangen door houders met een grotere capaciteit. Tegen 1900 heeft de fabriek aan de Zuiderhagen de grens van z’n productiecapaciteit bereikt en besluit het gemeentebestuur een nieuwe fabriek te bouwen.

De gemeente Enschede is nauw betrokken bij de aanleg van de spoorlijn tussen Enschede en Ahaus, hoofdzakelijk omdat de nieuwe gasfabriek aan deze lijn, ten zuiden van de stad, in de gemeente Lonneker, moet komen. Dat is de gunstigste ligging voor de aanvoer van kolen uit het Duitse Roergebied. In 1902 start de bouw van de fabriek. De fabriek krijgt een productiecapaciteit van

28.000 m³ per dag. Vanaf 1919 wordt het gas voor de straatverlichting geleidelijk vervangen door elektriciteit. Desondanks komt de gasfabriek de moeilijkheden te boven.

In 1931 is de maximale capaciteit bereikt. De oven wordt vervangen door een zogenaamde verticale driekameroven. De oude stokerij is kort daarna afgebroken.

Mede door de samenvoeging van de gemeenten Enschede en Lonneker in 1934 en de aansluiting van Glanerbrug in 1936 is het buizennet tot een lengte van meer dan 130 kilometer gegroeid. Tot 1958 volgt nog een uitbreiding tot 240 kilometer.

 

De gasproductie van de Enschedese gasfabriek is een continu proces in drieploegendienst, 24 uur per dag, zevendagen in de week. De grondstof, grote brokken vetkolen uit de mijnen in het Duitse Roergebied, komen via het spoor het terrein binnen en worden opgeslagen in de deels in de grond gebouwde kolenbunker. Het aanvoerspoor loop via een verhoging bovenin door de bunker. Als de wagons naar binnen zijn gerangeerd openen medewerkers de kopschotten en de deuren, waarna de kolen met veel lawaai en stof naar beneden donderen. Achtergebleven restanten moeten met de schop gelost worden.

Aan het eind van de oorlog als het railtransport nog stilligt komen dagelijks diverse grote Amerikaanse trailers met kolen vanuit het Roergebied naar de gasfabriek in Enschede. Die kunnen niet kiepen en moeten met de schop geleegd worden. Het spoor op de heling naar de kolenbunker is ook maar net breed genoeg voor deze vrachtwagens. Die moeten wel oppassen dat ze niet tussen rails vast komen te zitten of naar beneden storten.

Vanuit de kolenbunker gaan de kolen eerst door een breker en dan met de elevator boven in de kolensilo. Er is ook een mogelijkheid om een wagon achter de kolenbunker met een transportband direct in de elevator te lossen, maar dat terzijde. Onder de silo’s, halverwege het hoge gebouw, hangen grote, aan rails opgehangen afsluitbare trechters. Als die met kolen gevuld zijn moet men die over de hete stalen bovenkant van de drie ovens en retorten (kamers) duwen en in de geopende deksels leeg laten lopen. Nadat de retorten zijn gevuld worden ze afgesloten en met de ovens opgestookt. De ovens worden gestookt met de cokes die na de gasproductie overblijft. Bij een temperatuur van ongeveer 800 graden komt het ruwe gas dan vrij.

Een grote exaustor (ventilator), die in de machinekamer in het gebouw naast de oven staat, zuigt via een buizenstelsel van klimpijpen, een hydraulic main (een horizontaal lopende verzamelbuis), en de condensor (koeling) het gas af. Een stoommachine drijft die exaustor aan en met de stoomtoevoer regelt men de capaciteit van de exaustor al naar gelang er meer of minder gas nodig is. Daarna stroomt het gasmengsel naar de zuiveringsinstallaties.

 

Als de gasproductie in een van de retorten sterk daalt stopt men de afzuiging dient men hem leeg te halen. Dan worden de luiken aan de onderkant van de retort opengedraaid en stort de gloeiende cokes in de vuurwagen (lorrie) die eronder gereden is. Een vuurwagen kan de hele inhoud van een retort opvangen. Afkoelen van de retort is er niet bij. Omdat er vaak resten cokes blijven hangen moet iemand met een lange staaf van boven door de vulgaten de zaak los steken. Het lijkt af en toe de hoogovens wel. Dan volgt nog een inspectie van de nog vuurrode kamerwanden. Een specialist met een brandwerend pak aan moet eventuele scheuren bijwerken. Dat gaat van onderaf.

De vuurwagen waar de overblijvende cokesbrokken in vallen loopt over een veldspoor naar de blustoren - op de bouwtekening schrijft men nog bluschtoren - om de cokes met water te blussen. De stoom die daarbij vrij komt verdwijnt grotendeels via een houten schoorsteen. Daarna gaat de wagen getrokken door een kabel de hellingbaan op. Boven in de stortbak zit een breker om de brokken weer tot verhandelbare afmeting terug te brengen. Via een glijgoot komt het op een schutzeef in de cokesbunker terecht, waar het in verschillende maten met afzonderlijke silo’s  door handelaren weer afgehaald kan worden. Voor het afhalen van cokes moet je wel eerst bellen, want die is niet altijd beschikbaar. Kolenboeren staan vaak al om kwart voor zeven voor de slagboom. Maar Harmsen, die naast het kantoor in de portiersloge zit, doet de slagboom pas stipt om zeven uur omhoog. Je moet overigens nog wel oppassen dat je je vingers niet brandt, want soms komt de stoom er bij het laden nog vanaf. Het fijne gruis dat overblijft wordt niet verkocht en kunnen de werknemers gratis meenemen.

 

Het gezuiverde en gebruiksklare gas stroomt vervolgens naar de gasmeter, die in de meterwacht, een afzonderlijk gebouw nabij de gashouders, staat. In de meterkamer staan ook de afsluiters om de toevoer naar de gashouders en van de gashouders naar het gasnet in de stad te regelen. Met de handbediende afsluiters kan men dan de voorraden in de gashouders regelen en tijdig naar een andere gashouder overschakelen als de maximum of minimum vulling is bereikt.

De meterwacht is later personeelskantine geworden. 

Een gashouder is een enorme voorraadtank waar het geproduceerde gas tijdelijk wordt opgeslagen. In de eerste helft van de twintigste eeuw is het een gangbaar bouwwerk, dat in elke grote gemeente staat. Gashouders zijn doorgaans cilindervormig en gemaakt van ijzer. De drie nieuwe gashouders in Enschede zijn zogenaamde natte telescopische gashouders met een maximale opslagcapaciteit van 10.000m3. Ze bestaan uit een vaste cilinder en twee op en neer bewegende cilinders, waardoor het volume van de gashouder zich automatisch aanpast. De afdichting tussen de cilinders gebeurt met water. Om bevriezing tegen te gaan giet men daar in de winter wat olie op. Maar bij strenge vorst helpt dat maar matig en moet het ijs met staven of breekijzers regelmatig gebroken worden.

De mechanisch klokken op de gashouders zijn zo geplaatst, dat de meterwacht ze vanuit het meterhuis in de gaten kan houden.

 

Over de veiligheid bij de gasfabriek in Enschede is niet veel bekend. Het terrein is behoorlijk afgesloten en voor buitenstaanders niet toegankelijk. Grote ongelukken zijn er vrijwel zeker niet gebeurd. Dat gasfabrieken niet zonder grote risico’s werken blijk wel op 2 februari 1923, als in Sprinfield (Massatusets, USA) een gashouder ontploft.  Daarbij vallen drie doden en vele gewonden. De stad schudt op z'n grondvesten van de enorme dreun. Vele gebouwen lopen grote schade op en in de weide omtrek sneuvelen de ruiten.

 

Aardgas

Er wordt wel eens gedacht dat het Enschedese stadsgas in de jaren zestig door de vondst van het aardgas uit Slochteren is verdrongen. Dat is echter niet helemaal juist. Al in 1958 wordt aardgas gevonden in het noorden van Twente. Daarmee komt de productie in Enschede van gas uit kolen tot stilstand. Het Twentse aardgas wordt gemengd met waterstofgas van de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie Hengelo en generator- en methaangas van de rioolwaterzuivering en daarna aan de verbruikers geleverd.

Het duurt echter nog tot 1966 voordat de fabriek echt wordt gesloopt. Alleen de vervuiling blijft.

Op het terrein naast de gasfabriek (voorheen Beltman) heeft in 2002 nog een gigantische berg zand gelegen. Het is afkomstig van Boulevard, waar onder het Van Heekplein de grootste centrumparkeergarage van Nederland wordt gebouwd. Het zand is nodig om straks het gesaneerde gat van de vroegere gasfabriek te vullen.

 

Stille getuigen

Naast het huidige kantoor van de Woonplaats op de hoek Weth. Beverstraat-Zuiderval staan zes grote zilver-esdoorns. Ze zijn in 1903 gepoot en stonden toen langs de weg die van het hoofdkantoor van de fabriek naar de stokerij liep. Het zijn de enige getuigen, welhaast relikwieën, van de lichtgastijd!

1962

Het gasmengsel dat na het verwijderen van de ammoniak en teer overblijft bestaat uit waterstof, methaan, koolmonoxide, gasvormige koolwaterstoffen,  stikstof, kooldioxide, ammoniak, waterstofsulfide en diverse cyaanverbindingen. Na de teerafscheiding word het gas door de wassers of scrubber geleid. Daarbij word het gas zeer intensief in contact gebracht met water, waardoor de ammoniak oplost. Om het gas nu nog te zuiveren van zwavelwaterstof en de cyaanverbindingen laat men het door zuiverkisten lopen, die in het zuiverhuis staan. In elke kist bevindt zich een compoundsysteem van vijf boven elkaar liggende bedden van elk 36 m2. Daarop ligt een laag ijzerhoudende aarde, oergrond die veel in Twente voorkomt. Het proces werkt ongeveer als de tegenwoordige autokatalysator. Elke kist is met vierweg afsluiters op het buizengasnet aangesloten. De afsluiters dienen er voor om een kist buiten werking te kunnen stellen en de ijzeraarde te wisselen. Naast het zuiverhuis is een grote open overkapping gebouwd. De kisten worden met schop en kruiwagens leeggehaald en de vervuilde oergrond laat men onder het afdak uitdampen. Daarna kan het weer opnieuw gebruikt worden. Als zo’n kist geopend wordt stinkt het in de hele omgeving. De medewerkers die dit smerige werk moeten uitvoeren krijgen daarvoor extra melk te drinken.

het zuiderspoor    enschede

Locloods

 

Op het emplacement staan buiten het station nog een meetboog, een waterkolom met kolenpark, een spoorweegbrug en een locloods met ook een kolenpark.

De locloods wordt als derde en tevens laatste locomotievenloods in Enschede in februari 1903 in gebruik genomen. Het is een eenvoudig rechthoekig stenen gebouw met een waterreservoir en twee kopsporen met elk drie staanplaatsen. Bij de loods liggen nog twee kolenparken.

De loods is echter uit economische overwegingen slechts drie jaar (tot 1906) als loc-depot in gebruik geweest en voor slechts drie machines. Alhoewel er via Enschede-Noord geen kolen worden aangevoerd, worden met de zomerdienst van dat jaar de locomotieven daar gestationeerd. De loods heeft daarna een andere niet-spoorgebonden bestemming. In 1962  is het gebouw afgebroken.

Ten zuiden van de locloods is de dubbelsporige overweg in de Lippinkhofsweg. Het emplacement wordt van deze zuidkant door een inrijseinen met voorsein beveiligd.

 

 

De laatste trein

Benegas heeft in de jaren zestig aan de Voortsweg naast Wendrich een opslag voor vloeibaar gas met een spooraansluiting op het Lonnekerspoor. Ene Dalenoord heeft een man of tien aan het werk, maar met slechte voorzieningen. Geen toilet, geen water, geen schaftlokaal.

Vanwege de opheffing van deze lijn verhuist het bedrijf de opslagtank naar Broekheurne. Als daar het spoor in 1972 wordt geruimd verhuist de tank in opdracht van Lago Delta B.V. naar Enschede Zuid, op de plaats waar tot 1962 de locloods stond. Tot 1974. De laatste trein die op Zuid reed was op 25 oktober 1974, toen een NS 300 (Sik) een gaswagen bezorgde bij deze gasopslag.

De gasfitter

In 1928 komt Willem Koopmans (1904) bij de Enschedese gemeentelijke gasfabriek werken. Willem wordt gasfitter en werkt aan de montage van gasleidingen en aansluitingen in de stad. In de 2eWO oorlog is hij in het bezit van een bijzondere “Ausweis”. Op de Duitse Bescheinigung staat: “… ist bei der Firma Gem. Gas en Water in Enschede beschäftigd und wird für die Weiterführung des genanten Betriebes im Interesse der Wehrmacht benötigd”. Als 'onmisbare' werknemer van de gasfabriek hoeft hij niet, zoals de meest jongen mannen, in Duitsland te werken en hoeft hij ook zijn fiets niet bij de Duitse Wehrmacht in te leveren. In 1950 krijgt Willem de vraag of hij ook storingsdienst wil doen. Hij moet dan wel naar de Lippinkhofsweg 121 verhuizen, naar een van de vier bedrijfswoningen van de fabriek, direct naast het kantoor. Bij een bezichtiging vindt Jo, zijn vrouw, de woning te klein en wil er niet wonen. Ook de buurt, de gaskrim, vindt ze maar zo-zo. Maar als er bij behoorlijke een uitbouw wordt toegezegd, waarbij er een kamer bijkomt, een grotere keuken en ook een moderne douche, verhuist de familie toch. Telefoon is in die tijd een luxe, maar omdat Koopmans ook storingsdienst moet doen, beschikt het gezin over een aansluiting op kosten van de fabriek. Er wordt echter wel verwacht dat wanneer hij op pad is, de overige gezinsleden de telefoon aannemen, ook in het weekend! Als hij geen dienst heeft word de telefoon gewoon afgesloten.

De gezagsverhoudingen zijn in die tijd veel hiërarchischer dan tegenwoordig, ook bij de gasfabriek. Tegen de directeur kijk je op, je spreekt niet tegen, maar doet netjes wat hij zegt. Koopmans’s zoon Wim heeft het in die tijd een keer met hem aan de stok.  Er belt iemand op een zaterdag over een storing en zijn vader is al voor een storing onderweg. Wim weet niet goed hoe hij het moet oplossen en geeft de beller het advies de maandag erop nog maar eens te bellen. Daar neemt de beller echter geen genoegen mee en meldt dreigend dat hij er wel meer van zal horen!. Nog geen half uur later belt de directeur en wil weten hoe Wim toch wel met de beller was omgegaan! Na uitleg begreep de directeur het wel, maar het mocht toch niet weer voorkomen!

1966 betekende het einde van meer dan 100 jaar gasproductie in Enschede.

MBS

 

Voor de exploitatie van het baanvak Enschede-Broekheurne komt een optie uit onverwachte hoek.

In 1964 richten een aantal Twentse modelspoorders het Comité Vrienden van het Tram Museum (CVTM) op met als doel het onderhouden van een museum tramlijn van Enschede naar Broekheurne. Het comité  laat haar oog vallen op de Enschedese gasfabriek aan de Lippinkhofsweg, dat een spooraansluiting heeft op het Zuiderspoor en na de afbraak van de ovens en den houders staat het gebouw van de machinekamer grotendeels leeg. De lijn leent zich kennelijk meer voor een museum spoorlijn dan tramlijn, want in 1967 vormt het Comité zich om naar de Museum Buurt Spoorweg (MBS). Men wil vanaf dat moment de lokaalspooratmosfeer op de lijn Enschede-Zuid-

Broekheurne in stand houden en denkt  zelfs aan de aankoop van de lijn en het vroegere materieel dat hier heeft gereden. Het spoor naar de kolenbunker en het naastliggend  liggende opstelspoor komt vol te staan met het verzamelde rollend materiaal. Ook nog de tram, waar het ooit allemaal mee begon. De club beschikt nog niet over veel gereedschap en dat word dan regelmatig in de werkplaats van de gasfabriek geleend.

De gemeente Enschede wil echter af van de vele spoorwegovergangen in de nieuwe stadswijken en gaat voor opheffing van het Zuiderspoor. Als de NS in 1972 een groot aantal lokaalsporen stillegt wordt het spoor in Broekheurne geruimd. Omdat twee jaar later ook de rest van het spoor in Enschede Zuid wordt geruimd, verhuist de MBS noodgedwongen naar Haaksbergen. De stichting floreert nog steeds op het baanvak Haaksbergen-Boekelo.

11

   Sch  =   schoorsteen

      G  =   generator voor generatorgas,

       K  =   3 kamerovens,

      M  =   main,

       c   =   cokes,

      pl =   primaire lucht,

      sl   =   secundaire lucht,

        r =   ruw lichtgas,

       s   =   steenkool,

       g =   generatorgas,

 

    C  =   condenser (condensator),

    k   =   koelwater,

    E  =   exhaustor (pomp),

    P  =   teerafscheider,

    T  =   teerput,

     t   =   teer,

     

    A  =   ammoniakwasser,

    a =   ammoniakwater,

    w =   water,

  Mr  =   gasmeter,

    Z =   zuiveringskist,

     ij =   ijzeraarde,

    z   =   gezuiverd steenkoolgas.

  Gh  =   natte telescopische gashouder,

    b  =   bliksemafleider

    z   =   gezuiverd lichtgas

 

Werking van de gasfabriek

Tekstvak: gasproductie

gasbewerking

gasopslag

Boog: Boog: Boog: Boog: Boog: Boog:

pl