Halte Esmarke

Op aandringen van de omliggende bewoners geeft de verkeersminister in 1903 een vergunning voor de aanleg van een halte in het buurtschap Esmarke. Het verzoek tot het plaatsen van een kleine wachtruimte wordt afgewezen. Treinen stoppen er tot 1922. Daarna is de halte opgeheven.

 

Station Broekheurne

 

Midden in de heide aan de Pruisische grens bij paal 32 ligt het station 4e klas Broekheurne (Brh), één van de zeven stations die Enschede ooit rijk was.

Het station wordt met drie seinen beveiligd. Twee inrijseinen en een uitrijsein voor de beveiliging van de kruising met het veldspoor. De seinen aan de Duitse kant zijn gekoppeld aan een ontspoorinrichting in het veldspoor aan beide zijden van het hoofdspoor.

Op het perron staat een 4-armige handelinrichting voor 4 seinen. Waar de 4e arm voor was is niet bekend. Ook zijn vandaar de wissels handmatig te bedienen, ook nog na de komst van elektriciteit in de jaren twintig. Er staan verder nog twee waterpompen in een houten kast op het perron.

Op grond van de eisen van de minister komt in het stationsgebouw een grote visitatiezaal, een wachtkamer, een kantoor voor de rijksontvanger en een afsluitbare kast voor in beslag genomen goederen. 

In de goederenloods zijn twee vertrekken als kantoorruimte voor douanepersoneel ingericht.

Naast het station staat een gebouwtje waarin een dames- en herenprivaat zat, nog met tonnen, en de lampisterie voor het vullen van de petroleumlampen voor de seinen. Nog iets verder staan twee dubbele douanewoningen. Een van de douaniers is tevens grenscommies en verricht af ne toe patrouillediensten. 

 

Op het station woont de stationschef, die als personeel een arbeider/telegrafist in dienst heeft. In 1912 is op het woongedeelte van het stationsgebouw een verdieping met twee slaapkamers gebouwd.

Tijdens de 1eWO is Piet Uytermerk stationschef, daarna Gerritsen. Martin Morsman volgt in 1927 Gerritsen op als stationschef. Hij kwam uit Amsterdam, maar kan als Tukker niet goed aarden. Toch blijft hij, ook als in de jaren dertig de functie van stationschef door bezuinigingen vervalt, tot 1941 als de grens wordt gesloten.

 

In 1915 huurde de Venlose firma Steegh&Esser een deel van het emplacement Broekheurne en bouwde er een turfstrooiselfabriek met eigen. De fabriek heeft tot begin jaren zestig gefunctioneerd. Voor het buurtschap is het economisch voordeel van het station verder vrij gering. De visitatiezaal is waarschijnlijk nooit in gebruik geweest en in de wachtkamer zaten soms wel twee passagiers, of als het erg druk was wel eens drie. Als vracht worden soms kuikens aangevoerd en katoenbalen of mijnhout opgeslagen. Rond 1930 heeft de Coöperatieve Landbouwersbank nog een loodsje op het emplacement gebouwd, waar de boeren uit de omgeving met de stötkoar (stortkar) hun kali en kainiet af kunnen halen. Omdat het vrachtvervoer na de 2eWO toeneemt is de loods nog verplaatst naar filiaalhouder G ter Riet, maar als de boeren hun voer voor de zelfde prijs thuis bezorgt kunnen krijgen is het depot gesloten en de loods gesloopt.

 

 

Op 20 april 1939, de 50e verjaardag van Adolf Hitler, komt er een Wismar railbus vanuit Duitsland het station Broekheurne binnen. Hij is versiert met vier hakenkruisvlaggen en wat dennengroen om de imperiaal. Morsman vindt dat maar niets en verzoekt de machinist de vlaggen binnen te halen. Maar die weigert dat en Morsman geeft hem daarom geen toestemming om door te rijden en belt met stationschef Morsink van Enschede-Zuid, waar Broekheurne onder valt. Deze weet ook geen oplossing en belt met het hoofdkantoor in Utrecht. Uiteindelijk beslist men in Den Haag dat wanneer de machinist naar Enschede door wil rijden, het groen mag blijven maar de vlaggen binnen gehaald  moeten worden.

Als de oorlogsdreiging in dat jaar toeneemt wordt op het station Broeheurne een detachement soldaten onder leiding van sergeant J Jansen uit Enschede gestationeerd, die een aantal verdedigingsmaatregelen neemt. Om te voorkomen dat ongewenste treinen vanuit Alstätte zonder toestemming Broekeurne inrijden wordt vlak bij het station een ontspoorinrichting aangelegd. Het is feitelijk een halve wissel. Er wordt alleen een halve tongbeweging (één tong) in het spoor geplaatst. Als die tong gesloten ligt kan materieel ongehinderd passeren. Ligt de tong open zal het materieel ontsporen en in de sloot terecht komen.

Daarnaast worden ter bescherming tegen beschietingen vanuit Duits gebied tegen de muur van het stationskoffiehuis tegenover het station enkele met zand gevulde rieten manden geplaatst, die als borstwering moeten dienen. Ook bij de trap naar het station liggen zandzakken opgestapeld, waar de soldaten stelling kunnen innemen. In een aantal staten waaronder de Arendsweg komt een versperring met tankval en naast de goederenloods is een mitrailleursnest ingegraven. Zelfs de inkijk van Duitse kant wordt als ongewenst beschouwd, als men tijdens de wacht een Duitse soldaat denkt te zien. Er moet metershoge schuttingen van jute komen. Achteraf allemaal erg naïef, vooral ook omdat bij hevige storm de jute in de bomen verdween.  Eén van de taken van stationschef Morsman is het openzetten van de ontsporingtong. Dat gebeurde elke avond. Bovendien moet hij van de NS alle telefoon- en telegraafdraden doorknippen zodra er grensoverschrijdingen zijn.  Als de Duitse Weermacht in mei 1940 binnenvalt en Nederland binnen vier dagen capituleert, krijgt het detachement te horen dat de geplande terugtocht tot achter de IJssel niet doorgaat en alle wapens dient te vernietigen. Binnen tien minuten is het hele wapenarsenaal van de post Broekheurne onklaar gemaakt en in de drink- en beerputten verdwenen. Een kist met handgranaten, waar eerst het kruit is uitgehaald, verdween in de kolen van “Veldkamp”, achter de douaneloods. Alle soldaten worden krijgsgevangenen genomen en naar Ahaus afgevoerd. Uiteindelijk kwamen ze in een krijgsgevangenkamp bij de Poolse grens terecht.

Turfstrooiselfabriek, Broekheurne

station Broekheurne

ca 1938

1970

ca 1930

het zuiderspoor    enschede

12

Etsen

Douaneloods

Het gebruik van het stationsgebouw werd op 8 oktober 1939 beëindigd. Op 10 mei 1940 zat het station helemaal vol met katoenbalen, van fabrikanten uit Enschede.

Gabriëls heeft er daarna geprobeerd verchroomwerk te doen. Aanvankelijk ging dat goed, maar net als de spiraalmatrassen, nam de kwaliteit snel af. De aanbouw aan het station was het “driethoes”

 

In 3e douane woning woonde Brands. Nu Meijer, stoffeerder

In de witte douanewoning woont nu Niels Heeringa. Hij woont er alleen ’s zomers. ’S Winters woont hij met z’n poolhonden in Noorwegen/Zweden

 

Aan dit spoor lag vanaf 1960 ook een opslagtank voor vloeibaar gas van de fa Benegas.

2009

1970

ca 1952

Foto: J G C van de Meene

Foto: R Ankersmit

Historie

laatste update: 24 september 2017